Het begon allemaal met een onverwacht telefoontje. Het gebouw van Hospice de Reggestroom was net opgeleverd en er moest grondig worden schoongemaakt. Mijn vrouw Marianne, die al was aangenomen als vrijwilligster, belde me op met een duidelijke opdracht: “Neem emmers, mesjes voor de ramen en nog wat spullen mee, want je kunt hier direct aan de bak”. Zo stond ik die verfspetters van de ramen te halen, en voor ik het wist, rolde ik het hospice-werk in. Toen de eerste gasten arriveerden en er nachtdiensten gedraaid moesten worden, zei Marianne dat ik best mee kon draaien. Anders was ik toch alleen thuis. Vanaf dat moment deden we de nachtdiensten samen. Ik werd, alsof het zo had moeten zijn, vanzelf vrijwilliger.
Inmiddels zijn we jaren verder. Marianne is gestopt met de directe zorg, maar ze haalt nog altijd met liefde de boodschappen voor het hospice. Zelf ben ik nog altijd actief als vrijwilliger, inclusief de nachtdiensten. Een tijdlang, in en na de coronaperiode, werden de nachten overgenomen door de thuiszorg, maar inmiddels pakken wij als vrijwilligers deze belangrijke taak langzamerhand weer op.
Betekenis geven in de laatste levensfase
Mensen vragen me weleens wat ik er zo leuk aan vind. Vroeger deden mijn vrouw en ik veel voor het Rode Kruis, specifiek tijdens de vakantieweken. Ik werkte daar als chauffeur en verzorger. Dat werk gaf me ontzettend veel voldoening, omdat je echt iets kunt betekenen voor zieke mensen of mensen met een beperking. In het hospice is dat niet anders. Je bent er voor de gasten in het allerlaatste periode van hun leven. De dankbaarheid die je daarvoor terugkrijgt — zowel van de gasten zelf als van de familie achteraf — is overweldigend. Dat zijn de momenten waarop je denkt: hier doe ik het voor.
Daarnaast is het fijn om er simpelweg te zijn voor je medemens, én voor je collega’s. Soms is het werk fysiek best zwaar, bijvoorbeeld wanneer gasten in of uit bed geholpen moeten worden. De vaste zorgcollega’s zijn dan erg blij met wat extra mankracht. Bovendien is het samenwerken en het delen van een dienst met een collega ook gewoon heel gezellig.
Nachtelijke e-mails en technische klusjes
In de tijd dat ik nog werkte en nog niet met pensioen was, nam ik mijn werk altijd mee naar het hospice. Tijdens de nachtelijke uren kon ik mooi wat meters maken. Mijn collega’s op de zaak keken er dan ook raar van op als ze midden in de nacht e-mails van mij ontvingen; zij vroegen zich oprecht af of ik ’s nachts wel sliep.
Ook voor praktische zaken draai ik mijn hand niet om. Als er ’s nachts een lamp moet worden verwisseld of als er iets anders stukgaat, vind ik het leuk om dat direct technisch op te lossen.
Tijd om herinneringen te maken
Het is prachtig om te zien hoe de warme sfeer in het hospice aanstekelijk werkt. Het komt regelmatig voor dat familieleden van overleden gasten zó onder de indruk zijn van wat wij doen, dat ze zich later zelf aanmelden als vrijwilliger.
Ik herinner me nog een situatie met een moeder en haar drie dochters. De dochters wilden absoluut niet dat hun moeder naar het hospice ging en hielden de boot heel lang af. Pas na dringend advies van de huisarts — die zag dat de zussen er na wekenlang 24-uurszorg fysiek en mentaal volledig doorheen zaten — stemden ze in met de opname.
Achteraf zeiden ze tegen ons: “We hadden dit veel eerder moeten doen”. Thuis waren ze alleen maar bezig met schoonmaken, regelen en koffiezetten voor het bezoek. In het hospice viel die last van hun schouders, waardoor ze plotseling weer écht tijd hadden om met hun moeder te praten en op een fijne manier afscheid te nemen. Dat zijn de waardevolle momenten die je bijblijven.
Luxe hotelsterren
Soms gebeurt er iets bijzonders. Het komt voor dat gasten na hun opname juist weer wat opknappen. Soms zover dat ze na verloop van tijd het hospice weer verlaten omdat ze niet meer terminaal zijn. Het gebeurt niet regelmatig, maar het gebeurt zeker. Als zij vervolgens naar een regulier verzorgingstehuis verhuizen, zeg ik gekscherend altijd: “Je moet nu wel een paar hotelsterren inleveren qua zorg en aandacht”. In het hospice staan we immers altijd met twee vrijwilligers klaar voor maximaal vijf gasten. Die luxe en persoonlijke aandacht vind je nergens anders.
Niet zwaar, wel waardevol
Mensen die het hospice niet van binnenuit kennen, denken vaak dat het werk heel zwaar en beladen is. Het heeft immers met de dood te maken, en dat roept bij velen een bepaald beeld op. Toch valt dat in de praktijk reuze mee. De gasten zijn, op een zeldzame uitzondering na, geen familie of bekenden van je. Daardoor kun je er met een gezonde professionele afstand zijn. De sfeer onderling is goed, er is ruimte voor een luisterend oor, maar er wordt gelukkig ook heel veel gelachen.
Wat mij betreft blijf ik dit werk nog heel lang doen. Zolang mijn gezondheid het toelaat en ze me niet wegsturen omdat ik te oud word, blijf ik met veel liefde vrijwilliger bij Hospice de Reggestroom.